KWARTIERSTAAT  VAN  SONJA  EN  JOHN  BROUWER
GENERATIE  23

4.832.352. Roelof Jonge Paedze JACOBSZ,
Zoon van Paedze Jacobsz [nr. 9.664.704] en van N.N., geboren te Katwijk voor 1350, van beroep korenkoper, rosmolenaar te Katwijk, overleden te Leiden voor 2 april 1427, begraven aldaar in de St. Pieterskerk.
Gehuwd met Pieternelle N.N.
[bron: Peter van Son, Paedze2 file, soc_nederlandse_adel]

LENEN:
Op 9 en 11 maart 1372 werd Roelof jonghe Paedze Jacobsz beleend met de helft van de lenen van zijn oom Floris van Zonneveld. Het betreft de navolgende lenen:
a) Negen morgen land in de Lier, genaamd de Vrije Haernes.
b) Zes morgen land in die toich in het ambacht Valkenburg.
c) Vijf morgen op Broecmade in het ambacht Wassenair.
d) De tijns te Voirburg.
Deze lenen zijn te versterven [=vererven] op de naaste nakomelingen van Jan Jacobsz en bij gebreke hieraan op de naaste van de nakomelingen van Agniese Nannendochter en bij gebreke hiervan op de naaste nakomelingen van Nannen van Zonnevelt.

BEROEP:
Waarschijnlijk korenkoper; hij beschikte over een (ros)molen waar de mout (d.i. dikwijls gerst) werd gemalen.
Hij mocht tegen betaling van een borgsom deze molen gebruiken in zijn huis te Katwijk m.i.v. 6 januari 1378, gedurende 6 jaar, volgens overeenkomst met de burggraaf van 25 maart 1377 (Hrlh. Arch. Katwijk 251; Eerdbeek-Claassen, 'Het Zant', 116).
Hij verkocht in 1372 twee vossen (GvH. 1230 f. 40).

WOONPLAATS:
Katwijk (zie varia).

LANDBEZIT:
* Op 9 maart 1372:
- 9 morgen land op de Harnas te De Lier,
- van 6 morgen land in de Toog te Valkenburg en:
- van 5 morgen land te Voorschoten, lenen van de burcht, afkomstig van zijn oom Floris van Sonnevelt (Hoek, 'Wassenaar', 87, 129 en 130).
* 2 morgen land op het Grotevelt aan de Kerske te Valkenburg, afkomstig van zijn vader (Hoek, 'Wassenaar', 573).
* Op 11 maart 1372 de woning te Zonnevelt met 22 morgen land, 2 morgen land te Zwaansvoorde met de vogelleg op de zuidelijke Rijn te Valkenburg alsmede de koren- en smaltiende te Schipluiden, gekocht van de graaf; de verkoop ging echter niet door: de akte werd doorgehaald en reeds op 19 maart 1372 waren Zonnevelt en andere lenen in handen van heer Koenraad, proost van St. Marie te Den Haag (GvH. 226 f. 127v.-128).
* Het grafelijk deel van de Heymcamp te Katwijk; vermeld als pachter 1380-82 (GvH. 1459 f. 6v.; 1461 f. 9v.).

VARIA:
Hij werd op 5 mei 1372 Leids poorter met 60 , afkomstig van Katwijk, borg stond Frank Diedwarenz. (Secr. 19 f. 30v.).
Beleend met de tiende van Hodenpijl op 11 maart 1372 door de graaf (GvH. 226 f. 127v.);
Op 9 maart 1372 beleend door de burggraaf met tijns van Voorburg, afkomstig van Floris van Sonnevelt (Hoek, 'Wassenaar', 499);
In 1382 pachter van de Rijn te Katwijk van de grafelijkheid (GvH. 1461 f. 9v., 1462 f. 16v.).
Vermeld als welgeborene te Katwijk of Valkenburg in 1384 (Kort, 'Register Vrijkopingen', 8).

FAMILIE:
Volgens Hoek een zoon van Jacob Jan Gisenz.z., neef van de Leidse burggraaf en Agniese Nannendr. van Sonnevelt (Hoek, 'Wassenaar', 87, 129, 499 en 573). [NIET WAARSCHIJNLIJK, EERDER EEN KLEINZOON VAN JACOB JAN GISENSZ [!], zie onderstaand Repertorium op Lenen, Schipluiden, nr. 17]
Mogelijk gehuwd met Pieternelle. Begraven in de St. Pieterskerk (Ke. 7 f. 57v.; DuO. 2033 f. 9; waarschijnlijk de in 1420 vermelde Pieternelle Paedsen, GvH. 1366 f. 4).

OVERLIJDENSDATUM:
Overleden voor 2 april 1427 (Hoek, 'Wassenaar', 87).

[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

REPERTORIUM op de LENEN van de Burcht te Leiden:
Schipluiden, nr. 17:
Tien morgen land op die Heernesse:
[datum onbekend]: Nanne van Sonnenvelt (AA, f 26).
xx-xx-13xx : Florijs Nannensz (vermeld op 6 maart 1357, AA, f 26)
27-08-1359: Floris van Sonnevelt met ledige hand, bij kinderloos overlijden te versterven [= bij erfenis overgaan] op zijn zusters zoon Jan Jacobsz, gehuwd met Sophie Jan Omendochter, nicht van de leenheer heer Dirc van Wassenair, burggraaf van Leijden, bij gebreke van hem op diens broer Paedze, respectievelijk op diens zuster Lizebette, niet te versterven zolang er nakomelingen zijn van Nanne van Sonnenvelt (AA, f 44).
09-03-1372: Roelof Paedze Jacobsz bij kinderloos overlijden niet te versterven, zolang er nakomelingen zijn van Agniese Nannendochter van Sonnevelt (AA, f 51v).
02-04-1427: Pieter Paedze tocht zijn vrouw Margriet Gerijt Kerckmansdochter (A, f 45).
15-05-1429: Pieter Paedze (B, f 12).
16-02-1454: Symon Pieter Paedzens, bij dode van zijn vader Pieter Paedzens (B, f 96v, 1473: te Leyden, L.H. 283, f 29).
18-03-1495: Willem Stoop Symon Pieter Paedzensz bij dode Symon Pieter Paedzensz en draagt het leen over aan zijn stiefmoeder jonkvrouwe Janne van Oesterwijck (C, f 63).

REPERTORIUM op de Lenen van de Hofstede Teilingen, 1258-1650:
Valkenburg.
62) Drie en een halve morgen land bij Zwaansvoorde, die jaarlijks 25 s. waardig zijn.
1284: Floris van Vorenbroek zoals van Teilingen, LRK 5 fo. 87v.
1329: Nanne van Zonneveld zoals hij en zijn ouders hielden van de oude heer van Teilingen, LRK 2 fo. 66 nr. 431.
11 maart 1372: Rudolf Paats Jacobsz bij koop na de dood van Floris van Zonneveld, zijn oom, LRK 50 fo. 127v nr. 823.
19 maart 1372: Heer Koenraad, proost van St. Marie te Den Haag, zoals Floris van Zonneveld, LRK 50 fo. 128 nr. 824.
Valkenburg.
63) Drie en een halve morgen land op de zuidzijde te Grote veld in een ongenoemde plaats.
1284: Ver Aleid van Voorburg en Floris van Vorenbroek zoals van Teilingen, LRK 5 fo. 89.

4.832.353. Pieternelle [N.N.],
Geboren ca. 1350.

KINDEREN:
  1. Floris Paeds van Sonnevelt,
    Geboren ca. 1365, mogelijk te Katwijk of Valkenburg, van beroep korenkoper, poorter van Leiden (22 juli 1392), van wege zijn stand vrijgesteld van schotplicht, schepen van Leiden (1401-1403, 1406-1407, 1421-1422, 1428-1429, en 1432-1433), schout (1412), burgemeester (1433-1434 en 1438-1441), hoogheemraad van Rijnland (1430-1448), toegevoegd raad van de graaf van Holland, kerkmeester van de Sint Pieterskerk te Leiden (1409), overleden in het voorjaar van 1448, oud ca. 82 jaar.
    Gehuwd (1) met Costijn N.N., overleden in 1400 of in 1401, begraven in de Sint Pieterskerk..
    Gehuwd (2) met Jan Aagt Vink, dit is Johanna Jacob Reymbrand Vinkendr,, overleden 1462 of 1463, dochter van de Leidse schepen Jacob Vinkensz en van Margriet N.N.

    FLORIJS PAEDZENLAND.
    In 1429 woont Floris Paeds van Sonnevelt op het Rapenburg op de grens van het Pietersveld.
    Dit gebied werd begrensd door Vliet, Bakkersteeg, Doelenachtergracht en het Rapenburg.
    Floris komt in het bezit van dit stadsdeel, dat daarna ook zijn naam draagt: het Florijs Paedzenland.

    VARIA:
    Welgeborene uit de contreien van Katwijk en Valkenburg.
    Werd voor het eerst omstreeks 1384 als welgeboren vermeld, hetgeen mondigheid impliceert en de veronderstelling toelaat dat hij om en nabij 1365 geboren was.

    OVERLIJDENSDATUM:
    Op 6 februari 1449, Jacob van Sonnevelt komt in bezit van huize Sonnevelt te Valkenburg, bij dode van zijn vader Floris Paetsenz.

    [bron: "Florys Paedze van Sonnevelt, plutocraat in hart en nieren", artikel in Holland, historisch tijdschrift, deel 19-3 (1987) van de hand van A. J. Brand].

    KINDEREN:
    1. Jacob Florisz van Sonnevelt,
      Schepen van Leiden (1432-1433, 1438-1443 en 1446-1447), burgemeester (1449-1450, 1452, 1456-1457 en 1460-1461), poortmeester (1449-1450), overleden te Leiden op 26 juni 1469 (op maandag na St. Jan Nativitas).
      Gehuwd voor 6 februari 1436 met Margriet Gerijt Jacobsdr., overleden in 1468, dochter van Gerijt Jacobsz en Clemeynse Dirck Foykensdr.
      Uit dit huwelijk zes kinderen: Gerrit Jacobsz van Sonnevelt, gehuwd met Lutgard van Boschuysen, Adriana van Sonnevelt, gehuwd (1) met Jan Robbrechtsz en (2) met Gherijt Mouwerisz, Jan Jacobsz van Sonnevelt, gehuwd (1) met Ermgard Codde en (2) met Maria d'Edel, Cornelis van Sonnevelt, gehuwd met N.N., Alijd van Sonnevelt, gehuwd met Jan Florisz Heerman (van Oegstgeest) en Maria van Sonneveld, gehuwd met Heynric Paedze.

      LENEN VAN DE DOMPROOSDIJ TE UTRECHT, GELEGEN IN DE PROVINCIE ZUID-HOLLAND.
      Op 6 februari 1436, Jkv. Margriet tocht haar man Jacob Florisz van Sonnevelt met 12 morgen land in de Acht Hoeven.
      Op 31 maart 1439, Margriet Gherijt Jacobsdr. gehuwd met Jacob van Sonnevelt met ledige hand.
      [bron: Ons Voorgeslacht, 1971, met name pagina 9, C. Hoek]

      GRAFELIJKE LENEN IN RIJNLAND 1222-1650.
      Op 6 februari 1449, Jacob van Sonnevelt komt in bezit van huize Sonnevelt te Valkenburg, bij dode van zijn vader Floris Paetsenz.
      [bron: Ons Voorgeslacht, 1990, met name pagina 109, J. C. Kort]

    2. Jan van Sonnevelt,
      Veertig, schepen en burgemeester van Leiden, overleden voor april 1472.
      Gehuwd met Adriana van Boschuysen, dochter van Willem Cuser van Boschuysen en van Adriana Willem Rengersdr.

      NAAMSVERWARRING.
      In de periode van 1448-1475 komen we in de vroedschap van Leiden tweemaal de naam Jan van Sonnevelt tegen zonder vermelding van patroniem.
      De eerste vinden we vanaf 1448: Jan van Sonnevelt, zonder verdere aanduiding.
      De tweede vanaf 1469: Jan van Sonnevelt die jonge (of jr.).
      In 1470 zijn beiden lid van het stedelijk bestuur. Jan is dan burgemeester en Jan die jonge schepen.
      In aanmerking komen de hier genoemde Jan Florisz., Jan Pietersz, waarvan we geen nadere gegevens kennen, en de omzegger van Jan Florisz., Jan Jacobsz van Sonnevelt.

    3. Bartraat Paedze.??
    4. Gobburg Paedze,
      Gehuwd met Jan Aarndtsz.
    5. Agniese Paedze,
      Overleden in 1462.
    6. Maria Paedze,
      Gehuwd met Simon Frederik Dirck Nuweveenz, overleden op 24 maart 1453, zoon van Dirck Nuweveen en van Bartraat Gerritsdr Heerman.
    7. Aeff van Sonnevelt, ook Ave van Sonnevelt. ??
      Overleden na 14 juni 1504.
      Gehuwd met Jan van Ruyven, schepen van Haarlem (1438 en 1446), overleden in 1453 of 1454.
      Dit huwelijk bleef kinderloos.
      Op 2 mei 1493 maakt zij haar testament en vermaakt daarbij haar goederen aan de kleinkinderen van haar broer Jacob.
      Op grond van dit testament kan worden aangenomen dat Aeff een dochter is van Floris Paeds van Sonnevelt.
  2. Hendrik Paedsenz. Roelofsz, zie nr. 2.416.176.
    Geboren voor 1380, van beroep drapenier, poorter van Leiden (15 december 1399), Heiligegeestmeester aldaar (1406-1407), schepen (1411-1412, 1429-1430, 1433-1434, 1436-1437 en 1439-1440), burgemeester (1441-1442), overleden te Leiden na 1442.
    Gehuwd met Lijsbeth Dammasdr. Zegersz, van beroep drapenierster.
  3. Gijsbrecht Paedsenz.,
    Poorter van Leiden (22 april 1403), kerkmeester van de St. Pancraskerk aldaar (1417-1418).
  4. Pieter Paedsenz.,
    Van beroep drapenier, poorter van Leiden (11 april 1415), woont op het Rapenburg, overleden op 25 februari 1453.
    Gehuwd (1) met Aleidis van Adrichem.
    Gehuwd (2) met Margriet Gerijt Kerckmansdr., vermoedelijk een dochter van Gerijt Kerckman, schout van Noordwijk en van Hazekine Hugendr.

    DE LEENKAMERS VAN DE HEREN VAN WASSENAAR:
    Op 2 april 1427, Margriet Gerijt Kerckmansdochter wordt getocht door haar man Pieter Paedze.
    [bron: Ons Voorgeslacht, 1978, pag. 52-233 en 461-665, C. Hoek]

    KINDEREN:
    1. Jan Pietersz,
      Overleden op 9 januari 1474.
    2. Pieternelle Pietersdr.,
      Overleden in 1507.
      Gehuwd met Thomas Vos.
    3. Simon Pieter Paedsensz.,
      Schepen van Leiden (1451, 1457, 1460, 1462, 1465, 1491-1493), burgemeester (1478-1480), overleden in 1495.
      Gehuwd (1) met N.N.
      Gehuwd (2) met Janne van Oosterwijk.
      Uit beide huwelijken werden vijf kinderen geboren, zich noemende Stoop en/of Paedse.
    4. Paedze Pietersz van Sonnevelt,
      Schepen van Leiden (1451), burgemeester (1459), overleden voor 1481.
      Gehuwd met Fije N.N.
      Fije N.N., weduwe zijnde in 1480, huwt (2) Jan Jansz van Grieken.
      Uit het 1e huwelijk twee kinderen: Geertruyt van Sonnevelt, gehuwd met Martijn van der Eijk, ook van der Eck, en Pieter Paedzenzoon.
      Uit het 2e huwelijk een zoon, Joost van Grieken.
      Pieter en Joost worden in 1507 vermeld als erfgenamen van hun moeder Fije.
    5. Floris Pietersz van Sonnevelt,
      Vermeld als schepen van Leiden (1451, 1453, 1461, en 1483), als burgemeester (1451-1452, 1458, 1464, 1470, 1480 en 1486).
      Gehuwd met N.N.
      Uit dit huwelijk mogelijk twee kinderen: Heynric en Maria Floris Pietersdr, gehuwd met Bruyninck Spruyt.
  5. Nanne Paedsenz.,
    Woonde waarschijnlijk te Valkenburg (ZH), verkocht ossen, door doodslag in 1409 om het leven gekomen.
    Gehuwd of relatie met N.N.

    PERSOONSVERWISSELING.
    Persoonsverwiseling met zijn naamgenoot Nanne Paedse (1423-1505), tresorier van Leiden, kan door een tekort aan gegevens , gemakkelijk worden gemaakt.
    Beiden behoren tot twee verschillende geslachten.

    KIND:
    1. Paedse Nannensz.
      Poorter van Leiden (17 maart 1417)
  6. Gobburg Paedsendr.,
    Overleden in 1403-04, begraven te Leiden in de Sint Pieterskerk.
    Gehuwd met Pieter Dircksz Buytenwech, overleden voor 10 december 1438, zoon van Dirck die Bruun en van N.N.
    [bron: W. 429 f. 144; zie ook GvH. 1263 f. 65].
[bron: Gens Nostra, 1994, blz. 53 e.v., Het voor- en nageslacht van de Leidenaar Jan Jansz van Sonnevelt ca. 1300 tot ca. 1700, van de hand van A. Sonneveld en J. S. Bontekoe]
4.832.354. Dammas ZEGERSZ,
Zoon van Zeger Zeger Jan Godensz [nr. 9.664.708] en van Elisabeth Jan Meijnsendr [nr. 9.664.709], geboren ca. 1340, vermeld als Heilige Geestmeester (1381-83), schepen (1386-87) en als burgemeester (1388-89) van Leiden, overleden aldaar periode 1389/90, oud ca. 50 jaar.
Gehuwd (1) met Nanne N.N., geboren ca. 1345, overleden voor ca. 1380.
Gehuwd (2) voor 1380 met Geertruud Kerstantsdr. (CODDE).

OPENBARE FUNCTIES:
1381-1383: Heilige Geestmeester te Leiden.
1386-1387: Schepen van Leiden.
1388-1389: Burgemeester van Leiden.

WOONHUIS:
Aan de Nieuwe Rijn, waarschijnlijk strekkend tot heer Philips Gerrit Doedenz.'s huis en erf (Secr. 84 f. 24; W. 428 f. 26 en 42, vgl. ook Ke. 404); op zijn huis en erf had heer Philips voornoemd 4 s.g.g. rente (Ke. 322 f. 13v.).

HUISBEZIT:
Een huis en erf aan St. Pancraskerkhof, verhuurd tegen (1390) 9 10 s.pay. p.j. (Secr. 84 f. 24).

LANDBEZIT (vermeld in zijn nalatenschap):
* 2 morgen land te Koudekerk in de Waard.
* 6 morgen land te Oudshoorn: die Huelcamp en een kamp van 2 morgen land daarbij, (vgl. W. 429 f. 193).
* 14 morgen land te Zwammerdam.
* 3 morgen land te Alphen.
* 6 morgen land aldaar, 2 morgen aldaar en 13 morgen aldaar.
* 10 hond land te Zoeterwoude.

RENTEBEZIT:
* Op 30 augustus 1367 40 s.pay. op een huis en erf op het Hogeland, op 25 augustus overgedragen aan de H. Geest (W. 428 f. 26).
* Op 17 maart 1372 5 s.g.g. op een huis en erf aan de Hooigracht, op 27 januari 1391 door zijn weduwe voor memoriediensten overgedragen aan de H. Geest (W. 428 f. 69).

BORGSTELLING:
Op 31 mei 1367 Dirk Mattenz., van Koudekerk (Secr. 19 f. 10).

VARIA:
Zegel: gevierendeeld, 1: 2 sleutels, 2 en 3: 3 hermelijnstaartjes, 4: gestreept (W. 940). Deed op 20 december 1369 en 23 februari 1370 een overdracht t.b.v. de prebende van zijn broer (Ke. 493 f. 35v.); beloofde met zijn zusters op 19 maart 1370 renten aan deze prebende over te dragen indien de goederen daarvan te weinig opbrachten (Ke. 493 f. 36).
Regelde op 11 oktober 1372 met zijn zusters en verwanten de collatie van de vicarie, gesticht door zijn oom heer Wit Jan; de collatie zou allereerst zijn voor Dammas, bij gebrek aan nakomelingen voor het nageslacht van zijn zuster Mabelie (Ke. 420 f. 33).

FAMILIE:
Gehuwd (1) met Nanne (Kam, 'Memorieboek', 185);
Gehuwd (2) met Geertruud, dochter van Kerstant Codde, overleden op 2 oktober 1411 (Ke. 416 f. 50v., zie Codde). Zij liet St. Pancraskerk 5 eng. nobel na (Ke. 416 f. 50v.). Kocht in 1403-04 een kerkstoel in St. Pieterskerk (Ke. 323 (6) f. 14).
Zij deelde op 23 december 1390 de door haar man nagelaten goederen met hun kinderen; behield daarbij de van de baten en lasten; de kinderen ontvingen bovendien ieder 100 pay. (Secr. 84 f. 24).
Kinderen (Secr. 84 f. 24):
1. Heer Zeger Dammasz., overleden op 22 april 1417, van beroep kanunnik.
2. Kerstant Dammasz.overleden na 1421, van beroep bierkoper.
3. Gerrit Dammasz., overleden na 1420, van beroep bierkoper.
4. Elisabeth, gehuwd met Hendrik Paedsenz.

5. Alijd. OVERLIJDENSDATUM:
Overleden voor 23 december 1390 (Secr. 84 f. 24).

[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

4.832.355. Geertruud Kerstantsdr. (CODDE),
Dochter van Kerstant Codde [nr. 9.664.710] en van Alijd N.N. [nr. 9.664.711], geboren ca. 1345, deelt haar goederen met haar kinderen (23 december 1390), overleden te Leiden op 2 oktober 1411, oud ca. 66 jaar, begraven te Leiden in de St. Pieterskerk, memorie aldaar.

FAMILIE:
Geertruud, overleden op 2 oktober 1411, begraven in de St. Pieterskerk; gehuwd met Dammas Zegersz. (Ke. 416 f. 50v., zie ald.).

[bronnen: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm. en kwartierstaat Van Zijl/Van Gaalen door Th. P. van Zijl, Ons Voorgeslacht, februari 1990]

KINDEREN:
  1. Heer Zeger Dammasz.
    Kanunnik van St. Pancras, bekleedde St. Jan Baptistprebende (1413), overleden op 22 april 1417, begraven in de Sint Pancraskerk.

    OVERLIJDENSDATA:
    (Ke. 416 f.56).

    FUCTIE:
    Kanunnik van St. Pancras, bekleedde St. Jan Baptistprebende (Ke. 416 f. 56, 493 f. 92, 3 juli 1413).

    LANDBEZIT:
    * 1 morgen land aan Doedijnslaan te Voorschoten, gemene voor gelegen met land van zijn oom Reiner Kerstantsz, en
    * 2 kampen land te Wassenaar, eveneens met deze gemene voor gelegen; 23 september 1413 verkocht aan de Duitse Orde (DuO. 1978 f. 61).
    * land te Zoeterwoude bij de Rijn, vermeld 3 juni 1413 (RANBrab., Archief van het Hollandse Huis te Geertruidenberg 1 f. 177).

    RENTEBEZIT:
    * 10 op land te Alphenrehoorn.
    * 4 10 s. op land aldaar en
    * 3 16 s. 8 p. op land te Sassenheim, alle 20 februari 1404 gekocht van zijn broer Kerstant (Ke. 938).

    SCHENKING:
    Het gratiejaar van zijn prebende aan St. Pancraskapittel (Ke. 416 f. 56).

  2. Kerstant Dammasz.
    Van beroep bierkoper (1416-20), vermeld als schepen van Leiden (1419-20).
    Gehuwd met Ermgaard Gijsbrechtdr. Hobbensz, overleden op 26 juli 1400, dochter van Gijsbrecht Hobbenz.

    FUNCTIE:
    Schepen (1419-20).

    BEROEP:
    Bierkoper (1416-20, Ga. 334 (24) f. 23v., (25) f. 26v., (27) f. 25v. en (28) f. 23v.).

    WOONHUIS:
    Aan de Nieuwe Rijn, de Heilge Geest had hierop 2 s.g.g.; vermeld 1421 (W. 429 f. 3 en tafel).

    RENTEBEZIT:
    * 10 op land te Alphenrehoorn.
    * 4 10 s. op land aldaar en
    * 3 16 s. 8 p. op land aldaar, waarschijnlijk verkregen door huwelijk en op 20 februari 1404 verocht aan zijn broer heer Zeger (Ke. 938).

    BORGSTELLING:
    Op 2 januari 1414 Andries Hugensz (Secr. 20 f. 47).

    FAMILIE:
    Trouwt Ermgaard, overleden op 26 juli 1400, zuster van Martijn Gijsbrecht Hobbensz.; Zij liet Sint Pancraskerk 5 pay na (Ke. 418 f. 80v., 416 f. 31, Ke. 938).

  3. Gerrit Dammasz.
    Van beroep bierkoper (1417-20), vermeld als schepen van Leiden (1418-19).

    FUNCTIE:
    Schepen (1418-19).

    BEROEP:
    Bierkoper (1417-20; Ga. 334 (25) f. 26v., (27) f. 25v., (28) f. 23v.).

  4. Lijsbeth Dammas Zeghersz.dr., zie nr. 2.416.177.
    Geboren ca. 1380.
    Gehuwd na 21 december 1390 met Heynrick Paedsenz., poorter van Leiden (15 december 1399), schepen (1411-1412) en H. Geestmeester (1406-1407) aldaar, borg voor zijn broeder Gijsbrecht (24 april 1403), verkoopt land onder Oudshoorn (13 december 1420).
  5. Alijd.
[bronnen: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm. en kwartierstaat Van Zijl/Van Gaalen door Th. P. van Zijl, Ons Voorgeslacht, februari 1990]

4.832.358. Boudijn DIRKSZ,
Bastaardzoon van Dirk Boudijnsz [nr. 9.664.716] en van Trude [nr. 9.664.717], geboren ca. 1360, van beroep drapenier, vermeld als schepen en burgemeester van Leiden, schout of bode in Rijnland, oud-waardijn van de draperie, overleden te Leiden op 20 juli 1418, oud ca. 58 jaar, begraven in de St. Pancraskerk aldaar.
Gehuwd (1) met Lijsbeth N.N., overleden te Leiden op 5 februari 1399, begraven in de St. Pancraskerk aldaar.
Gehuwd (2) op 13 maart 1400 met Clara Pieter DIRKSDR.

FUNCTIES:
Schepen van Leiden 1396-97, 97-98, 1404-05; Burgemeester van Leiden 1398-99, 99-1400, 05-06 en 06-07;
Lid van de vroedschap, ca. 1402.
Schout of bode in Rijnland 1384; Boudijn moest als een der schouten of hofboden van Rijnland die tegen de graaf misdaan hadden, 15 oude schilden betalen.
Oud-waardijn van de draperie, vermeld op 15 augustus 1395 (RA. 4 f. 8v.).

BEROEP:
Drapenier 1395-97 (RA. 4 f. 8v.; GvH. 198 f. 168, 1257 f. 52v.).
Rentmeester van de Heer Dirk van Zwieten (volgens Van Gouthoeven).

WOONHUIS:
Aan het Rapenburg 1417-18 (Ke. 323 (11) f. 43).

HUISBEZIT:
Vermeld op 15 februari 1392 als belender met zijn erf aan de achterzijde van een huis en erf aan de Nieuwstraat; dit huis en erf was later in zijn bezit. De H. Geest had hierop 10 s.pay. rente (W. 429 f. 70 en tafel).

LANDBEZIT:
* Land te Zoeterwoude, vermeld op 29 sep. 1380 (W. 428 f. 43).
* In 1402-603 raamstede belast met een rente t.b.v. St. Pieterskerk; samen met zijn schoonmoeder bezeten (Ke. 323 (5) f. 11v. en volgende rek).

RENTEBEZIT:
* Op 25 juli 1399 een pandbrief van 4 6 s. 8 p. 1 kapoen g.g. (RA. 50 f. 26v.).
* 1 pay. op een huis en erf in de Groenesteeg (Ke. 493 f. 59v.).

BORGSTELLING:
Op 10 december 1397 voor zijn broer Boudijn bij een verkoop (GA Leiden, Secretarie Oud 868)
Op 23 mei 1411 Willem Paen (Secr. 20 f. 41).

SCHENKING:
In 1418-19 aan St. Catharinagasthuis 13 s. 4 p.pay. (Ga. 334 (27) f. 18).

VARIA:
Was hij degene die op 6 augustus 1380 Leids poorter werd met 20 en als borg Claas van Lutinghen? (Secr. 19 f. 51) of werd hij dit pas 16 april 1384 (Beudo Dirc Beudens ss.) met 24 en Gillis van Zwieten als borg? (Secr. 19 f. 61v.).
Kocht in 1401-1402 twee nieuwe graven in de Sint Pieterskerk in Leiden (GA Leiden, Kerken 323 (3) f 12)

FAMILIE:
Gehuwd (1) met Lijsbeth, overleden op 5 februari 1399, begraven in de St. Pancraskerk in Leiden; zij liet 15 pay. na aan het St. Pancraskapittel (Ke. 416 f. 26v.).
Gehuwd (2) op 13 maart 1400 met Clara Pieter Dirksz.dr. (zie Van Poelgeest - Dirk Willemsz. (II) c.s.).

OVERLIJDENSDATUM:
Boudijn Dirksz, overleden op 20 juli 1418, begraven in de St. Pancraskerk.

[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

4.832.359. Clara Pieter DIRKSDR.,
Dochter van Pieter Dirksz Van Poelgeest [nr. 9.664.718] en van Beatrijs Dirksdr Poes Hamer [nr. 9.664.719], geboren ca. 1375, overleden op 20 mei 1438, begraven bij haar man Boudijn Dirksz, oud ca. 63 jaar.
Gehuwd (1) met Claas VAN SCHOTEN, geboren ca. 1370, overleden voor 13 maart 1400.
Gehuwd (2) op 13 maart 1400 met Boudijn DIRKSZ.

FAMILIE:
Clara Pietersdr., overleden op 20 mei 1438 (Van Kan, 'Van Zwieten', I 58).
Gehuwd (1) met Claas van Schoten;
Gehuwd (2) op 13 maart 1400 met Boudijn Dirksz. van Zwieten (Van Kan, 'Van Zwieten', 58).

VARIA:
Zij bezat 22 groten met houde op een huis en erf te Marendorp, op 4 apr. 1419 overgedragen aan de St. Pancraskapittel voor memoriediensten met behoud van lijftocht aan de (Ke. 416 f. 58).

[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

KINDEREN VAN BOUDIJN DIRKSZ EN CLARA PIETER DIRKSDR.:
  1. Dirk Boudijnsz. van Zwieten,
    Geboren in 1400, overleden op 23 of 24 maart 1482, griffier, bewaarder van de registerkamer, Raadsheer in het Hof van Holland, Heemraad van Rijnland, begraven in de St. Pieterskerk te Leiden voor het Bartholomeeus altaar, oud ruim 81 jaar.
    Gehuwd (1) met Margriet Loefrollendr., overleden in 1434.
    Gehuwd (2) voor 24 oktober 1446 met Janna van der Bouchorst, overleden na 25 januari 1484, begraven in de Sint Pieterskerk in Leiden, dochter van Floris en Dirksken van Oestrum.

    LOOPBAAN:

    Vermeld als klerk van Jan van Beieren op 24 augustus 1423, misschien al op 19 april 1422.
    Later in dienst van Philips van Bourgondie.
    In 1425 wordt hij vermeld als klerk van de tresorie, belast met het innen van de boeten der Kennemers en Westfriezen.
    Van 13 augustus 1428 tot 8 februari 1447 wordt Dirk vermeld als secretaris van de hertog.
    Vanaf 1 mei 1445 is hij griffier van de raadskamer van Holland met een jaarwedde van 100 schilden. De feitelijke aanstelling vond plaats op 9 september 1445. Hij vervulde deze functie tot 1447.
    Op 31 december 1446 werd hij daarnaast benoemd tot bewaarder van de registerkamer, op 8 februari 1447 legde hij de eed af, op 26 oktober daaraanvolgend werd hij benoemd voor het leven.
    Hij kreeg op 9 september 1448 opdracht van raden en gedeputeerden van Holland en Zeeland om met Gerijt Potter van der Loo naar Bremen te gaan voor overleg met Pruisen wegens geschillen.
    Dirk had een geschil met stadhouder De Lalaing betreffende de gelden die van de Spanjaarden kwamen en waarover hij het bewind had gehad; op 19 september 1454 veroordeelde het Hof hem tot verantwoording.
    Op 29 december 1456 wordt Dirk benoemd tot Raadsheer in het Hof van Holland met behoud van zijn ambt van bewaarder van de registerkamer.
    Van 1456 tot 1481 is hij Heemraad van Rijnland.
    Op 9 augustus 1459 wordt hij vermeld als bewaarder van de registers en charters van Putten en Strijen.
    Op 18 november 1460 was hij een der genen die opdracht kreeg voortaan de civiele boeten ten behoeve van het Hof te innen.
    In 1477 werd hij vermeld als meester van de Rekenkamer.
    Van 1477 tot 1479 procedeerde hij voor de Grote Raad tegen Brunink van Boschuijsen. Na de dood van Philips de Goede was Dirk op 11 februari 1468 ontslagen als bewaarder van de registerkamer en was Brunink in zijn plaats aangesteld; op basis van het Groot-Privilege werd Dirk in 1477 in zijn ambt hersteld. Brunink ging daartegen tevergeefs in beroep.
    [Bron: de artikelen van dr. F.J.W. van Kan over de Van Zwietens in Jaarboeken CBG, 1983 en 1984]

    REPERTORIUM OP DE LENEN VAN DE HOFSTEDE TEILINGEN 1258-1650:

    Oegstgeest, nr. 38, de halve koren- en smaltiende:
    6 dec. 1463: Dirk van Zwieten, bewaarder van tresorie en registers van Holland, bij overdracht door Adolf van der Mark, ridder, LRK 117c.Nd.Holland fo.21.
    8 juli 1482: Pieter Andriesz bij dode van Dirk van Zwieten, zijn oom, LRK 69 fo. 1.
    6 mei 1484: Allard Evertsz voor Elisabeth Andriesd. bij dode van Dirk Andriesz alias Poes, haar broer, binnensjaars na de dood van Pieter Andriesz., hun broer, LRK 120 c. Nd.Holland fo. 9.
    7 mei 1484: Jan Dirk Engbertszz. bij overdracht door Allards Evertsz. voor Elisabeth Andriesd., zijn tante, LRK 120 c Nd.Holland fo. 9v-10.

    Oegstgeest, nr. 39, tienden groot en smal in Geesterwaard:
    2 mrt. 1465: Dirk van Zwieten, raad en bewaarder van tresorie en registers van Holland bij overdracht door Dirk Potter van der Loo, bevestigd door mr. Hendrik van der Mye voor Christina van der Mye, diens zuster, weduwe Gerard Potter, LRK 117 c Nd.Holland fo. 22.
    8 juli 1482: Pieter Andriesz bij dode van Dirk van Zwieten, zijn oom, LRK 69 fo. 1.
    6 mei 1484: Allard Evertsz voor Elisabeth Andriesd. bij dode van Dirk Andriesz alias Poes, haar broer, binnensjaars na de dood van Pieter Andriesz., hun broer, LRK 120 c. Nd.Holland fo. 9.
    7 mei 1484: Jan Dirk Engbertszz. bij overdracht door Allards Evertsz. voor Elisabeth Andriesd., zijn tante, LRK 120 c Nd.Holland fo. 9v-10.
    [bron: J.C. Kort, O.V. dec. 1985]

    VARIA:
    Janna ontving op 6 december 1464 een lijftocht aan de mindere helft van een tiende op de Mersche onder Oegstgeest; zij bezat een lijftocht aan al Dirk's Wassenaarse lenen, waarschijnlijk sedert 1464.

  2. Geertruid Boudijns van Zwieten,
    Overleden op 27 augustus 1439, begraven in de St. Pancraskerk in Leiden.
    Gehuwd in 1423 met Andries Riddelofsz., vermeld als rentmeester van Mechteld van Cralingen van 12 augustus 1451 tot 15 juli 1467, mogelijk een zoon van Roelof Andriesz en Stephanie Herpersdr. van de Werve.
    Andries Riddelofsz huwde (2) met Fije Aelwijn Dircx weduwe; zij leefden op 13 januari 1452 gescheiden.

    KINDEREN UIT HET EERSTE HUWELIJK:
    1. Pieter Andriesz,
      Overleden 1483/84.
    2. Dirk Andriesz, alias Poes,
      Overleden in 1484, voor 6 mei.
    3. Elisabeth Andriesz,
      Overleden na 7 mei 1484.
      [zie bovenvermelde Repertoriums op de lenen van de hofstede Teilingen]
  3. Elisabeth Boudijns van Zwieten, zie nr. 2.416.179.
    Geboren ca. 1385, overleden te Leiden op 25 januari 1442, oud ca. 57 jaar.
    Gehuwd met Sijbrant Denijsz Ruijgrok, ook Zijbrant Doenensz.
  4. Jan Boudijnsz.
    Mogelijk pastoor in Beverwijk, was in 1470 al overleden.

    Boudijn van Zwieten, zijn oom, vermaakte hem bij testament 500 Wilhelmusschilden.
    Hierover ontstond in 1470 onenigheid tussen Adriaan van Poelgeest, Willem en Pieter van Zwieten, Willem van der Does, Willem bastaard van Wassenaar enerzijds, en Jan's broer Dirk van Zwieten anderzijds.
    Jan is waarschijnlijk de Jan Boudijnsz ten behoeve van wie zijn verwant Dirk van Zwieten de Beverwijkse pastoor Florens van Borssele verzocht afstand te doen van zijn pastorie (vermoedelijk in 1463).
    Na gevangenname van Florens van Borssele trad Jan Boudijnsz in diens plaats (vermoedelijk op 10 februari 1465); dit tegen de zin van Karel de Stoute.
    In 1471 verschijnt van Borssele weer als pastoor: Als Jan Boudijnsz inderdaad een broer van Dirk van Zwieten is, klopt dat wel, hij was in 1470 dood.
    Blijkens naam en zegel behoorde Jan tot dit geslacht.
    [Bron: de artikelen van dr. F.J.W. van Kan over de Van Zwietens in Jaarboeken CBG, 1983 en 1984]
4.832.362. Pieter Jansz VAN LEIJDEN,
Zoon van Jan Aerntsz van Leijden [nr. 9.664.724]] en van Alijd Heijnen Rottier [nr. 9.664.725], geboren te Leiden ca. 1325, van beroep wijnkoper, vermeld als schepen en burgemeester van Leiden, en als grafelijk leenman van het ambacht Monster, overleden te Leiden in 1368-1370, oud ca. 44 jaar.
Gehuwd te Leiden ca. 4 juli 1353 met Bartrade VAN ALKEMADE Hendriks, ook Baerte Hendriks VAN ALKEMADE.

OPENBARE FUNCTIES:
01-06-1353: Grafelijk leenman van het ambacht Monster ten vrij eigen.
1359-1361: Schepen van Leiden.
1364-1367: Burgemeester van Leiden.

OPMERKING:
Pieter Jansz van Leijden is op 30 juli 1332 nog onmondig.

FUNCTIES:
Schepen van Leiden 1359-60, 60-61;
Burgemeester van Leiden 1364-65, en 66-67.

BEROEP:
Wijnkoper? (indien hij identiek is met Pieter van Leyden, vermeld in 1349, RAGeld., Hert. Arch. 742 f. 14).

WOONHUIS:
Een stenen huis aan de Breestraat hoek St. Pieterskerksteeg, afkomstig van zijn vader; na zijn dood (tussen 4 feb. 1368 en 17 maart 1370) woonde zijn weduwe hier; hierop bezat de St. Pieterskerk 10 s. rente (zie heer Pieter van Leyden; Ke. 322 f. 37 en GvH. 740 I NH. f. 46v.).

HUISBEZIT:
Een huis en erf aan de Vollersgracht, op 4 feb. 1368 in leen opgedragen aan de St. Pieterskerk, te verheergewaden met 4 s. rente, dit omdat zijn stenen huis c.a. te weinig opbracht. Behoorde in 1363 tot degenen die te Leiden hofstedehuur aan de graaf betaalden; voor welke hofstad is onbekend (GvH. 19 f. 11v.).

LANDBEZIT:
* ca. 9 morgen land te Koudekerk a.d. Rijn,
* 12 morgen 255 roeden land te Zwieten onder Zoeterwoude,
* 4 morgen land te Karsken onder Valkenburg,
* 5 morgen land waarschijnlijk te Valkenburg, afkomstig van Nanne van Vorenbroek,
* 2 morgen land te Honselersdijk, gekocht van Dirk veren Bavenz.; met grafelijke instemming op 31 mei 1353 ten vrij eigen
verkocht; (GvH. 244 f. 37).
Genoemde goederen ontving Pieter van de graaf in leen, zij waren gekocht met gelden verkregen uit zijn aandeel in de opbrengst uit de verkoop van land te St. Maartensdijk afkomstig van zijn oom Pieter van Leyden.
Van zijn deel van 70 resteerde nog 34 s. 3 p., die hij met zijn moeder en de erfgenamen van zijn vader nog in leenland diende te beleggen (GvH. 243 f. 5).
* 6 morgen 12 gaard land te Boschuysen onder Zoeterwoude, in pacht gehouden van de abdij van Egmond (zie hfdst. 6).
* 4 5 morgen land, de Cruysmade aan Waddinger Vliet te Zoeterwoude, gekocht van Jan Gerrit Heinenz.z. (Rottier), in leen uitgegeven (Ke. 827); hij kocht misschien van deze ook de Oude Venne te Zoeterwoude (vgl. zijn zoon IJsbrand).
* 10 morgen land te Stompwijk en de woning daarbij, Polaans leen, na opdracht door zijn broer Dirk Poes (Nass. Dom. 44 (6461) f. 335).
* een kamp land op de Hogewoerd, bij de vesten, vermeld op 30 mei 1360; hij gaf hierin op 11 apr. 1367 een hofstede uit tegen 22 s.pay. rente p.j.; binnen een half jaar dienden hierop huizen te worden gebouwd waarop de rente zou worden gevestigd; zie ook rentebezit (Ke. 901 en 416 f. 80v.-81).

RENTEBEZIT: * 1 pay. op een huis en erf op de Hogewoerd in de camp, op 16 jan. 1384 vermeld in bezit van zijn erfgenamen (W. 428 f. 67).
* Op 1 apr. 1367 22 s.pay. aldaar (zie landbezit).

VARIA:
Hij droeg op 30 juli 1332 al zijn goed, eigen en leen, roerend en onroerend, op t.b.v. zijn ooms Gerrit Heinenz. Rottier en Gerrit Alewijnsz., om ze voor hem te beheren en ermee te handelen voor hem en zijn broer (Hendrik Rottier?), tot hij 20 jaar was (GvH. 243 f. 93);
Hij hield bij Leiden een korentiende in leen van de graaf, afkomstig van zijn vader (zie het leenbezit van zijn vader en zoon Jan).

FAMILIE:
Gehuwd met Bartrade Hendriksdr. van Alkemade (zie ald.); hij tochtte haar op 4 juli 1353 aan de mindere helft van zijn leengoed (GvH. 244 f. 40); zij overleed na 30 mei 1394 (Hoek, 'Rept. Hontshol', 249).
Kinderen:
1. Jan van Leyden,
2. Dirk van de Werve,
3. IJsbrand van Leyden, overleden na 1417-18, gehuwd met Alijd.
4. Pieter van Leyden, overleden na 3 jan. 1410.
5. Heer Gerrit Hoogstraat Pietersz., priester, kanunnik van het Sint Pancraskapittel, overleden op 29 okt. 1388 tijdens studie te Heidelberg.
6. Hendrik Rottier, van beroep wijnkoper, drapenier, gehuwd, betrokken bij de moord op Jan Hellebreker, overleden na 1410.
7. Machteld, gehuwd met Willem Foytgen.

OVERLIJDENSDATUM:
Pieter van Leijden, overleden tussen 4 feb. 1368 en 17 mrt. 1370 (Ke. 322 f. 37v. en GvH. 226 f. 123v.).

[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

LEIDSE TESTAMENTEN, 1425-1499, dd 11 aug. 1467, Ke 9:
Voornaam: Dirck.
Familienaam: Does, van der.
Soort religieuze besteding: memoriedienst.
Frequentie: twee maal per jaar.
Beschrijving religieuze besteding: Voor hem aangenomen te doen twee memoriediensten;
De eerste voor Pieter van Leyden, zijn eerste vrouw Jonkvrouw Willem van Alkmade, zijn tweede vrouw Jonkvrouw Baerte van Leyden en al zijn kinderen, op donder- en vrijdag voor St. Jan Nativitatis, op het graf van Pieter van Leyden, in het middenschip, bij de preekstoel;
op het graf moet 's avonds en 's ochtends een kandelaar met 4 stalkaarsen gezet worden; de commandeur, zijn twee heren en de eerste koster krijgen elk telkens 3 pen., de 34 kapellaans en vice-kapellaans krijgen elk telkens 2 pen.
De tweede memoriedienst is voor Jan van Leyden, zijn vrouw Jonkvrouw Geertruyt van Adrichem en al hun kinderen, op donder- en vrijdag voor Ste Margriet, op het graf van Heer Pieter van Leyden, midden in de Pieterskerk, naast het Driekoningen-altaar, a/d zuidkant van de kerk en naast het St. Ewouts- en St. Joost-altaar aan de noordkant van de kerk; Uitdeling is hetzelfde als bij de vorige memoriedienst; hiervoor heeft Dirc van der Does gegeven:
Rente: 45 com. gr. die hij heeft staan op Pieter Jacop de timmermans huis en erf op de Oude Vest; als de rente ooit minder wordt dan de penning 22, dan moet hij opnieuw belegd worden om de missen te kunnen blijven doen. [bron: drs. P.L. Lekkerkerk, Leidse testamenten, 1425-1499]

4.832.363. Bartrade VAN ALKEMADE Hendriks, ook Baerte Hendriks VAN ALKEMADE,
Geboren ca. 1330, overleden na 30 mei 1394 in Leiden of Zoeterwoude.

REPERTORIUM op de Lenen van de hofstad te Hontshol:
Zoeterwoude, nr. 119: Vijftien morgen land te Stompic, belend ten oosten: Pieter Buijtenwech Dircxz, met 5 morgen land die hij te leen houdt van de burggraaff van Leijden, ten westen Bartraet , vrouw van Pieter van Leijden met haar kinderen, ten noorden de Voirschotervliet en ten zuiden het Soetermeer.
30-05-1394: Pieter Buijtenwech Dircxz.
10-12-1438: Dirck de Bruijne Pietersz.
tussen 1438 en 1468: Jonkvrouwe Clemeijns, weduwe van Jacob Herman.

FAMILIE:
Bartraad van Alkemade Hendriksdr., overleden na 30 mei 1394 (Hoek, 'Hontshol', 249);
Trouwt (1) met Pieter van Leyden Jansz. (zie Van Leyden);
Trouwt (2) met Dirk Willemsz. van der Goude, die haar op 25 mei 1372 tochtte aan een hoeve in het land van Stein en in de Oude Gouwe, strekkend tot Bloemendaal (Kort, 'Leenkamers Blois', 383).

Zij trouwde (1) ca. 4 juli 1353 in Leiden met Pieter Jansz VAN LEIJDEN.
Zij trouwde (2) ca. 1372 met Dirk Willemsz VAN DER GOUDE, geboren ca. 1325.
[bron: Prosopografische gegevens bij dr. F.J.W. van Kan, Sleutels tot de Macht. De ontwikkeling van het Leidse stadspatriciaat tot 1420, zie ook website http://www.janvanhout.nl/pat/pat_frame.htm.]

KINDEREN:
  1. Jan van Leyden,
  2. Dirk van de Werve,
  3. IJsbrand van Leyden,
    Overleden na 1417-18.
    Gehuwd met Alijd.
  4. Pieter van Leyden,
    Overleden na 3 januari 1410.
  5. Heer Gerrit Hoogstraat Pietersz.,
    Priester, kanunnik van het Sint Pancraskapittel, overleden op 29 oktober 1388 tijdens studie te Heidelberg.
  6. Hendrik Rottier,
    Van beroep wijnkoper, drapenier, betrokken bij de moord op Jan Hellebreker, overleden na 1410.
    Was gehuwd met N.N.
  7. Machteld,
    Gehuwd met Willem Foytgen.
  8. Alijt van Leijden, ook Alijd van Leyden, zie nr. 2.416.181.
    Geboren ca. 1365, vermeld in een testament als de zuster van Machteld van Leijden, echtgenote van Willem Foijtken.
    Gehuwd met Claes N.N., geboren ca. 1365



[Laatst gewijzigd op 5 juli 2018]

HOME GENERATIE  24 GENERATIE  22 KWARTIERSTAAT  BROUWER